vrijdag 29 juni 2012

In de winkel


Zoals ik u al eerder verteld heb vindt mijn lief het geweldig als ik met haar kleding ga kopen. Vandaag wilde ze wel met mij naar de lokale kledingwinkel. U weet wel die winkel waar ze enkele weken geleden plots niet meer heen hoefde. Ze heeft het er zelfs voor over geen diepvriesspullen te kopen in de supermarkt, omdat ik eerst de wekelijkse boodschappen wil doen en daar eigenlijk ook niet van af te brengen ben. Als de boodschappen bij Appie H. gedaan zijn, breng ik ze naar de auto. Esther gaat alvast de kledingzaak in. Na het inpakken van de auto vind ik haar in de paskamer. Ze is een broek aan het passen die ze al weken op het oog heeft. Nee, niet letterlijk. Ik zie in de winkel drie dames die, of het nu toeval is of niet, gedrieën in dezelfde jurk lopen. Nee, niet samen in een jurk maar alle drie dragen ze een jurk met hetzelfde dessin en dezelfde soort stof. Een van de drie blijkt de verkoopster te zijn en de andere twee dames zijn, zoals later blijkt, vriendinnen uit Groningen. Ik denk bij mezelf, wat een leuke jurk. En als de mevrouw met de grootste maat, sorry het is nu eenmaal zo, de jurk uitdoet, roep ik naar mijn lief: “is dat geen leuke jurk”. Passen en wegwezen lijkt het devies. Nu heeft u buiten de waard gerekend hoor. Kent u de truc van 30, 40, 50%? Ik inmiddels wel. Koopt u in de uitverkoop één artikel krijgt u 30 % korting. Koopt u daarentegen twee artikelen krijgt u 40% korting. Koop echter 3 artikelen, dan mag u 50% van het totale aankoopbedrag aftrekken. U zit niet op rekenles te wachten, dus zal ik de lessen besparen. Maar het komt erop neer dat de winkel er beter van wordt als u meerdere artikelen koopt. En zo geschiedde. Esther koopt een broek. Wel een totaal andere dan die ze al weken op het oog heeft. Een jurk, of kan ik beter zeggen de jurk. Want hij valt helemaal in de smaak. En om te kunnen genieten van 50% korting ook een, en ik moet zeggen prachtig, cadeau voor de dochter die ze verdient omdat ze geslaagd is voor haar examen. Want zo gaat het nu eenmaal…. Tot later. 

woensdag 27 juni 2012

Midsummerfair?


Jaja, een midsummerfair, bedoeld om inspiratie op te doen voor de zomer. Ideeën opdoen om je tuin en het huis zo zomers mogelijk in te richten en dat allemaal in de buitenlucht. Ik moet zeggen dat het idee mij zeer aanspreekt en dat komt goed uit, want mijn lief wil erheen. Het maakt haar niet uit of het dertig of tien graden is. Het maakt haar zelfs niet uit of de bouw van de ark van de alom bekende Noach te laat is begonnen en de zondvloed over Drenthe lijkt te zijn uitgestort. We moeten erheen. Ik ben zoals u weet een meegaand type, ik ga mee naar een fair als Esther naar een fair wil. Zij weet dat en maakt daar gebruik van. Misschien is de meneer van de wijn er wel of… misschien de man van de warme gerookte zalm wel….. afijn, wij zoeken goede schoenen en een warme jas. U moet zich voorstellen: het is 24 juni, de thermometer geeft 10 graden aan en de regenmeter loopt over. Dus waterdichte schoenen of laarzen aan en gaan met die banaan. Nog voordat we het parkeer terrein opdraaien, constateren wij beide dat het vertrek straks wat tegen zou kunnen gaan vallen. We zien het wel, er staan genoeg jonge mannen om ons later te kunnen helpen. We zetten de paraplu op en lopen richting ingang van de fair. We betalen entree en gaan, nadat de zojuist aangeschafte kaartjes doormidden zijn gescheurd, het terrein op. Zo gaat dat nu eenmaal. Niemand verbaast zich daar meer over. Je koopt een kaartje en laat die aan iemand zien. Degene aan wie je het kaartje toont neemt het aan, scheurt het kapot en geeft het terug. Je moet je niet voorstellen dat een kassière bij Albert H je zojuist aangeschafte tomaten stuk zou maken. Maar goed, wij lopen het terrein op. In het begin gaat het we. Er ligt strakke, voor zover ik dat kan beoordelen, goed aangelegde bestrating op het begin van het terrein. Wanneer wij de eerst zeer fraai ingerichte stand uitkomen en ons op de zeer glibberige helling naar het lager gelegen gedeelte begeven, zakken we tot aan de enkels in de modder. Van het fraaie grasveld dat er gelegen moet hebben is niet veel meer over. Drassige grond leent zich minder als ondergrond voor een festival dan klinkers. Maar wij houden de moed erin. 

Bij de eerste koffietent begint een orkestje te spelen. Dixieland-muziek klinkt over het terrein. Zelfs in deze troosteloze, gestaag vallende regen moet ik even meedansen en ik geef een luid applaus ten beste als het eerste nummer afgelopen is. De leden van de band, die wat op leeftijd zijn, genieten duidelijk van mijn enthousiasme. Ik maak een paar foto’s van de mannen en ga weer met mijn lief verder kijken. We zien een paar leuke stands en raken beide tegelijkertijd geïrriteerd van de vrijwilligsters van “het goede  doel van deze fair”. We besluiten dat we nat genoeg zijn geworden. De laarzen van Esther waren niet waterdicht genoeg en mijn plu begint te zwaar te worden. Nog een stand of twee en wij doen onze laatste aankoop. Een bloemenvaas. Het huis kan in ieder geval weer vrolijk gedecoreerd worden. We zoeken de man van de warme gerookte zalm en kopen een lekker groot stuk. Bij de auto aangekomen blijkt onze angst voor de situatie bij de uitgang niet onterecht. Wat een modderpoel. Na drie pogingen lukt het om Pierre, onze auto, van het parkeerterrein af te rijden. Nat maar tevreden rijden we naar huis. Ik dromend van een broodje heerlijke zalm en Esther dromend van een grote vaas vol met bloemen. Zo gaat dat nou eenmaal.





maandag 25 juni 2012

In de trein


Als ik zo in de trein een beetje om mij  heen kijk zie ik veel. Heel veel. Tegenover mij zit een jonge dame van ongeveer vijfentwintig jaar. Ze is overduidelijk een studente. Als ik haar zo moet inschatten doet ze iets met grafische vormgeving. Ze heeft een Apple Mac book waar ze geregeld even op en naar kijkt. Ze is een denkster. Haar activiteiten met de PC worden afgewisseld met zuchten en het kijken in een boek waarvan ik de titel niet kan lezen. Op de grond voor haar staat een cameratas. Daar heeft ze tot nu toe niets mee gedaan. Naast mij zit een dame van een jaar of vijftig, ze spreekt erg luid in haar telefoon en heeft een accent dat ik niet kan plaatsen. Het zou Oost-Europees kunnen zijn, maar ook heeft het accent iets weg van Portugees. Tegenover haar zit weer een jonge dame die met haar scriptie bezig lijkt te zijn. Ze wisselt lezen in een schrijfblok  af met werken op haar veelkleurige laptop. Ik kan haar niet zo goed plaatsen, ze lijkt sportief en toch ook weer niet. Haar kleding is uitgesproken. Een zwarte korte broek met daaronder een panty en ze draagt een zwart t-shirt met een afbeelding van een witte tijger. We staan nu even stil, net voor Meppel. Naast de dame met het accent zit een blonde jongen te lezen in een boek van Jan Wolkers. “Turks fruit”, een boek dat ik ooit voor mijn lijst Nederlands heb gelezen. Ik vond de film met Rutger Hauer en Monique van der Ven beter. Het regent en ik heb weer eens geen regenjas meegenomen. Trek. Ik heb zin in een boterham . Vanochtend thuis zelf klaargemaakt met rundvleessalade. Mmmm, lekker even pauze.………  De tussenstop in Zwolle heeft de nodige wisseling van medereizigers gegeven. Iedereen die ik zojuist beschreef, is weg. Uitgestapt in Zwolle, mij in vertwijfeling achterlatend. Nu zit op de plaats waar zojuist de jongedame met de tijgerprint zat een met hele dure woorden in de telefoon sprekende meneer van een jaar of dertig/vijfendertig. Hij draagt een grijs gestreept overhemd, dat zo te zien zijn beste tijd gehad heeft. Gut, wat schommelt die trein zeg. De strijkbout van zijn vrouw/vriendin /partner of hemzelf (want je weet het nooit tegenwoordig) is al geruime tijd niet uit een kast geweest. Nu is het niet zo dat het spreken met dure woorden in een trein garant staat voor beschaving. Integendeel, deze man presteert het om langdurig en diep in zijn neus te graven en datgene dat hij eruit haalt aan de stoel te smeren. Nee, ook in de trein is beschaving soms ver te zoeken. Gelukkig hebben we vandaag tot nu toe geen last van schreeuwende pubers en ander lawaai.  Het is me wat, kom ik in Utrecht op de praktijkdag weer een aantal van dezelfde mensen tegen die ik al jaren tegenkom, maar ook een aantal nieuwe. Opleiders met een hoog percentage eigendunk en slechte oren. Ook zijn er vanuit diverse ziekenhuizen managers gestuurd die voornamelijk en sommigen zelfs alleen aan geld denken en niet aan een goede opleiding voor de medewerkers. En realiseren degenen die het voornamelijk over het geld hebben zich niet dat een leerling goedkoper is dan een gediplomeerde? Waar zijn we nou helemaal mee bezig? We krijgen binnenkort een samenvatting van het geheel. Ik wacht wel af. Ietwat teleurgesteld ga ik weer naar huis. Op de terugweg in de trein kan ik niet zo goed meer werken op de laptop en het observeren van medereizigers valt mij ook zeer zwaar. Het liefst zou ik mijn ogen dicht doen en een poosje slapen. Maar ik kan vertellen dat dat enorm tegenvalt, zo staand op een balkon tussen twee treinstellen in. Gelukkig zie ik mijn lief zo weer. 

zondag 24 juni 2012

Voor het zingen de kerk uit


Ik heb de afgelopen nacht niet zo goed geslapen. De zaterdag is na een wat matte avond overgegaan in een zondag die veel beloofde. Ik zou met mijn lief naar de midsummerfair in Zeijen en daar ben ik inderdaad geweest, maar daarover later meer. Eerst maar even uitleg over de niet al te beste nachtrust. Zoonlief zou vannacht met zijn vriendin thuis slapen. Hij was de hele dag op het festival Defqon in Biddinghuizen geweest en zou met vriendin thuiskomen. Om half een in de nacht , ik was net in mijn eerste slaap, ging de deurbel. Vriendin staat aan de deur en is moe.  Zoonlief staat nog op een parkeerterrein in Biddinghuizen. Maar goed, als de vriendin in bed ligt kunnen wij weer slapen. Als de wekker (geheel tegen de verwachting in) vroeg gaat, ga ik even koffie drinken bij de zoon van mijn stiefschoonvader.  Ja, ik weet dat dit allemaal weer lastig uit te leggen is. En daar begin ik maar niet aan. Nadat ik een kwartiertje gefietst heb naar het dorpje niet ver bij ons vandaan, zit ik aan de koffie als mijn aandacht getrokken wordt door beweging in het fietsenhok van de school naast het huis waar ik zit. Daar loopt een man met een zwart-witte hond. Niets bijzonders, en ik zou ook nergens meer op gelet hebben als ik niet een rode auto zou hebben zien aankomen met een vrouw met blond haar en zwarte lokken. De twee kennen elkaar en er wordt hartstochtelijk gezoend. Ik denk nog even: leuk, die hebben elkaar lang niet gezien en houden veel van elkaar. Ik wil graag een gesprek voeren met mijn zwager en richt mijn aandacht weer op hem. We komen niet verder dan de eerste zin. Ik weet op dit moment echt niet meer wat die ook al weer was. Maar ik zie dat de dame die zojuist aangekomen is, seksuele handelingen begint te verrichten bij de man met hond. In het zicht van een huis, in het fietsenhok van een school …. Best verdacht zou je zeggen. Maar goed, wie ben ik om daar iets van te vinden. Ben ik zonder zonden? Ik zou het niet durven beweren. Maar goed, als de man zijn gerief heeft gehaald verschijnt een tweede auto. De dame die in deze auto zit, stapt uit en laat de man in niet mis te verstane bewoordingen weten dat hij volgende week niet meer hoeft te beweren dat hij naar de kerk gaat. De term ‘voor het zingen de kerk uit’ heeft voor mij een nieuwe dimensie gekregen.

Tot later 

woensdag 20 juni 2012

Langs de racebaan


U weet inmiddels waar ik werk, waar ik woon en wie mijn lief is. Maar tot nu toe heb ik u in onzekerheid laten zitten over wat ik onder andere in mijn vrije tijd doe. Of ik een sportief persoon ben? “Nee, niet echt”. Ik hou wel van sport, maar voornamelijk om te kijken… en commentaar op te geven. Zo was ik eenmaal op een avond bij een topwedstrijd tussen de SC Veendam en de  FC Eindhoven. Ik wist tevoren niet wie er bij welke partij speelde en ik wist ook niet op welke plaats in de competitie Veendam of Eindhoven staat of stond. Maar ik ben een fanaticus. Excuus voor het woord, maar ik ben tot mijn schrik en schaamte een fanaticus. Ik zag de SC Veendam aanvallen en omdat ik in een vak zat met diehard Veendam fans moest ik wel de voorhoede aanmoedigen. Toen een van de aanvallers van Veendam wat slapjes ging voetballen heb ik hem opgezweept met leuzen als ”hee loop nou wat harder” of eenmaal na een halve rush “moet je niet eerst even uitrusten” en “even wisselen Pietertje”. Ik ben meteen fanatiek als ik op een tribune of langs een veld sta. Het maakt eigenlijk niet uit naar welke sport of welke club ik kijk. 


Zo ben ik een aantal jaar geleden gevangen door het virus waar ook mijn schoonvader zeer ernstig mee besmet is. Via mijn schoonvader ben ik in contact gekomen met een organisatie die de “Duits Nederlandse Kart Meisterschaft” organiseert. Eerst een paar maal kijken, dan wordt gevraagd of ik niet even kan helpen met afvlaggen en van het een komt het ander. Twee jaar geleden ben ik lid geworden van de organisatie die het DNKM organiseert.  Ik ben opgenomen in het bestuur en leidt internationale kartwedstrijden als wedstrijdleider . Dit doe ik met veel plezier en met elke keer weer nieuwe ervaringen ga ik naar huis. Ik moet u zeggen dat ook hier het fanatisme van mijn kant niet te onderschatten is. En toch, als ik sommige supporters of monteurs van enkele teams zie en hoor, kom ik tot een voor mij gunstige eindconclusie: Ik ben dan weliswaar een fanaticus, maar nog niet volledig gestoord. Esther is ook blij. 

maandag 18 juni 2012

Ik voel een blog aankomen


Soms heb ik dat opeens.  Dan roep ik na het zien van een reclame op de televisie “ik voel een blog aankomen”. Zojuist was er weer zo’n moment. Eerst zie ik de reclame van de Duitse bank en meteen daarna een reclame met Nick en Simon. De reclame van de Duitse bank is mij niet opgevallen tijdens de periode dat Nederland nog deelnam aan het Europees kampioenschap. Maar meteen de dag na de uitschakeling dus weer wel. De reclame waarin Nick en Simon meedoen of zoals u wilt uitblinken, was nieuw voor mij. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet weet waarover die reclame gaat. Nick en Simon vallen mij op, vooral na de sublieme prestatie van Nick bij de beste zangers van Nederland. Ik ben niet zo vaak op slag fan van een zanger. Bij Nick Schilder was dat even wat anders, tot mijn eigen verrassing overigens. Als ik, en dat doe ik met enige regelmaat, via youtube het nummer Hallelujah hoor krijg ik steevast kippevel, of is het kippenvel (ik voel opnieuw een blog aankomen). Ik ben Fan. Als ik deze twee jonge mannen dan zie optreden in het televisieprogramma “The voice of Holland”, denk ik altijd “grappige lui zijn dit toch”. Ik zou verbaasd zijn als ik Jan Smit hetzelfde soort gevatte opmerkingen zou horen maken. Ik weet het natuurlijk niet zeker, want helaas heb ik Nick en Simon nooit ontmoet maar ik kan me voorstellen dat deze twee, ondanks hun succes, met beide benen op de grond zijn blijven staan. En wat is nou de moraal van dit verhaal? Mocht ik er achter komen dat zij niet “gewoon gebleven zijn”, dan plaats ik meteen een nieuw blog met een volkomen andere toon. Ik kan dus wel vals. Zingen of zijn. Zij bepalen met hun gedrag de inhoud van mijn blog. Wat heeft de reclame van de Duitse bank met het E.K. te maken? Waarom is die mij niet opgevallen tijdens de afgelopen week? Is die echt niet uitgezonden? Of nu wel weer omdat Nederland en Duitsland geen concurrenten meer zijn? Wie het weet mag het zeggen. 

 aan het typen 


donderdag 14 juni 2012

Zevenpersoonsauto vol paarse krokodillen


Ja, het kan maar zo gebeuren dat de verbazing al vóór 8 uur toeslaat. Vanochtend in de auto, onderweg naar ons werk vertelde mijn collega mij een uitzonderlijk verhaal. Ik woon zoals u misschien weet in een mooie gemeente in Drenthe. Burgemeester Heldoorn geeft leiding aan, naar ik altijd heb aangenomen, een grote groep gemotiveerde en enthousiaste gemeenteambtenaren. Ik durf dat gerust te zeggen, want mijn overbuurman werkt bij de gemeente en die vertelt heel vaak erg leuk over zijn werk en zijn collega’s. Ik heb tot voor vanmorgen geen duidelijke klacht gehoord over de gemeente, haar werkinzet en motivatie. Gelukkig maar, want er moet veel gebeuren in zo’n gemeentehuis. Nu hebben mijn collega en haar man vier kinderen, variërend in de leeftijd van net 5 tot 13 jaar. Niets bijzonders. Dat gebeurt wel vaker. Ruim twee jaar geleden zijn zij weloverwogen van Groningen naar Assen verhuisd.  Assen heeft namelijk de reputatie dat het goed toeven is voor gezinnen met opgroeiende kinderen. Ik kan hier over meespreken, want twintig jaar geleden heb ik hetzelfde gedaan. Niet met vier, maar toen nog zonder kinderen. Vandaag heeft mijn collega echter het gevoel dat de verhuizing van Groningen naar Assen een vergissing was. Vanwege een verandering in de regelgeving voor paspoorten en identiteitsbewijzen, moesten ook mijn collega en haar man voor alle vier de kinderen een nieuwe identiteitskaart aanvragen. Dit hebben zij als vanzelfsprekend gedaan. Gehoorzame burgers doen dat en vragen niet eens waarom dat nu weer nodig is. Nee, u moet weten dat burgerlijke ongehoorzaamheid mijn collega volledig vreemd is. De aanvraag is dus vier maal ingevuld, ondertekend en in aanwezigheid van alle vier de kinderen keurig ingeleverd en betaald op het gemeentehuis. Alles keurig volgens de regels en zonder mopperen. Dit is inmiddels een maand geleden. Gistermiddag belde de man van mijn collega naar het gemeentehuis met de vraag of de reisdocumenten klaar lagen. Ja hoor, die lagen klaar. “Dan kom ik ze even ophalen.” , was zijn reactie. Dan moet u wel uw kinderen meenemen.  Om kort re gaan, auto laden met vier kinderen en naar het gemeentehuis. Tegen vier uur komen zij aan bij het gemeentehuis. De kinderen hand in hand over het trottoir en netjes in een rij. Ja, deze vier zijn zeer gedisciplineerd.  Vraag mij niet hoe dat komt, de ouders zijn helemaal niet zo streng. In de hal van het gemeentehuis is het stil. Geen gasten. Geen rij voor welke balie dan ook. Aangekomen bij de balie vraagt de ambtenaar wat het doel van de komst van de familie is. “Wij komen de identiteitskaarten ophalen.” luidt het antwoord. “Daarvoor moet u een afspraak maken.” Maar vriendelijke meneer van de gemeente Assen, wij hebben zojuist gebeld. Ja dat kan, maar ik heb geen afspraak met u staan. “Het hele gemeentehuis is rustig en er zitten hier vier mensen op een rij te wachten achter hun loket. Kunt u even kijken of u de documenten kan vinden en meegeven? “Nee, u heeft geen afspraak” Afijn, de zevenpersoonsauto weer volgeladen en zonder identiteitsbewijzen trekt de familie huiswaarts. Ook vader en moeder van dit gezin komen niet in opstand tegen zo veel paars krokodil-gedrag.  Ik wel, het gaat mij echt te ver dat, als een gemeentebalie bezet is door een medewerker en er geen rij wachtenden is, een gezin met vier kinderen naar huis wordt gestuurd. Om op de eerstvolgende mogelijkheid terug te komen. Nu ben ik nog vergeten te vertellen, dat de eerstvolgende mogelijkheid over twee weken (27 juni ’12) is.
Als ik mijn collega weer zie, krijgt ze zes paarse krokodillen van mij. Of mag ze het zwembad dan niet meer in? 

dinsdag 12 juni 2012

Smile, het verwart mensen. Mij ook


Het kan maar zo gebeuren dat je in de war raakt van bepaalde zaken. Ik raakte nog niet zo lang geleden in de war van het op de foto bijgevoegde bordje. Wat moet je ermee? Weet u het? Ik kan niet zo veel anders bedenken dan het gewoon maar uitproberen. En zo geschiedde. Heel goed uitslapen in het weekeinde en zorgen dat niets je humeur kan beïnvloeden. Best lastig als je na een autorit van 20 minuten in een overvolle bus mag stappen. De chauffeur kijkt verbaasd als ik met een glimlach van oor tot oor de bus instap. Ik wens hem en alle, mij inmiddels bekende, medepassagiers een vriendelijk goedemorgen. Geen reactie, ze kijken zoals ze altijd kijken. Ik blijf dit volhouden, denk ik nog aan het begin van de dag. Plotseling herinner ik mij dat mijn jaargesprek om half twaalf in de ochtend gepland staat. Oeps, ik zou in het afgelopen weekend kort de tijd nemen om mij even voor te bereiden op het gesprek. Nou ja, zoals Bassie van de echte Bassie en Adriaan al zei: wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen. En zoals ik mijzelf al had voorgenomen, deed ik dat ook. Gelukkig heb ik tussendoor nog een klein kwartier tijd gevonden om na te denken over mijn jaargesprek. Het wordt mijn tweede jaargesprek met deze leidinggevende. Vorig jaar verliep dat goed en ik kon dan ook geen reden bedenken waarom dat vandaag ook niet goed zou moeten gaan. Wel houd ik mijn glimlach vol, niet de hele tijd, een jaargesprek is tenslotte een serieuze zaak. Meteen na het jaargesprek gaat de lach weer aan! Ook mijn collega’s reageren niet anders dan anders. De eerste persoon die het opvalt is mijn dochter. Het is inmiddels half zes in de namiddag. “Goh pap, wat ben je aan het lachen, gaat het wel goed met je?” “Ja kind, ik ben alleen een beetje in de war.”
Misschien verander ik de tekst op het bordje nog wel in : smile, it confuses you. 



zaterdag 9 juni 2012

Bakfail


U kent ze misschien wel, die youtube filmpjes waar allerlei mislukkingen op foto of op video worden vertoond. Duiken of touwslingeroefeningen waarbij iemand valt, of een automobilist (e) heeft grote moeite met inparkeren. Ik moet zeggen dat ik er graag naar kijk. Want wees eerlijk, er bestaat geen mooier vermaak dan klein leedvermaak. Het wordt iets anders wanneer er blijvend lichamelijk letsel aan overgehouden wordt, dan gaat het zelfs mij te ver, en ik ben wel iets gewend inmiddels. Hoe leuk ik het ook vind dat mensen domme dingen doen en dat ik daar graag over gniffel, als het mijzelf overkomt ben ik minder hard aan het lachen hoor. Ik had vanochtend zin in een gebakken ei bij het ontbijt. Zoals ik dan vaker doe neem ik een kleine koekenpan, doe er wat boter in en tik een eitje. Niet bijzonders, zou u zeggen. Klopt, tot nu toe is er niets aan de hand. Maar met dat tikje van het eitje op de rand van de pan, valt de pan bijna van het gasfornuis. Bij mijn poging om het pannetje te redden valt de dooier van het ei naast de pan op het fornuis en de schaal in de pan. Ik kon niet lachen. Misschien u wel. In dat geval heb ik weer een beetje bijgedragen aan uw goede humeur. Is het toch ergens goed voor geweest.  

vrijdag 8 juni 2012

Tante Annie is ziek


Tante Annie is ziek. Wat is er met tante aan de hand? Heeft ze een verkoudheid opgelopen of heeft ze de griep? Nee. Integendeel, lichamelijk is er helemaal niets aan de hand. Ze heeft enorm veel last van voorbij vliegende buien. Buien van boosheid over de oplopende kosten van het dagelijkse leven en de overheidsuitgaven. Moet een dame op leeftijd zich hier wel zorgen over maken? Ze zou ook kunnen zeggen “mijn tijd duurt het wel”. Maar daar is tante niet het type naar. Ze maakt zich druk over van alles. De kosten van de gezondheidszorg. De kosten van defensie, de kosten van de kinderopvang, de kosten van het aardgas voor het koken en zelfs de prijs van een brood. Daarnaast heeft ze ook veel last van niesbuien. Heel vervelend. Zeker als de lente op zijn eind loopt en zomerbloeiers hun stuifmeel gaan verspreiden. Geen verkoudheid dus. Geen aanval van onwel worden. Hoewel, dat laatste heeft wel heel veel weg van haar gevoel bij de oplopende kosten van de gezondheidszorg. Het is voor haar, als nieuwbakken socialist, een vaststaand gegeven dat solidariteit de enige manier is om de noodzakelijke operaties van Jan en alleman te kunnen betalen. Zij heeft alleen het gevoel dat er ook behandelingen en onderzoeken plaatsvinden omdat de dokter het graag wil. Gewoon omdat, nou gewoon omdat ze hebben afgesproken dat die onderzoeken bij dat ziektebeeld horen… Tante heeft een vraag: moet voor iedereen tot op zeer hoge leeftijd alles uit de gezondheidszorgkast gehaald worden?  Ze weet het niet.   Ik ook niet.

donderdag 7 juni 2012

Tante Annie


Tante Annie is haar rode koffer kwijt. Volgens mij is tante Annie heel verdrietig, zij had haar koffer ruim 15 jaar en elk jaar dat zij de koffer heeft gehad nam ze hem mee. Mee naar de Azoren, de Seychellen en de laatste jaren ook naar Texel. Tante Annie is sinds tien jaar vaste gast op Texel. De bewoners van Texel konden Tante Annie inmiddels uittekenen met haar rode koffer, haar fiets en de rieten mand met bloemen. U vraagt zich af hoe ik weet dat tante Annie haar rode koffer is kwijtgeraakt. Haar koffer lag vanochtend in de goot bij het station van Groningen. Ik zag de koffer liggen en dacht meteen aan tante Annie. Met genoegen denk ik terug aan mijn eerste ontmoeting met haar. Op de eerste dag van een vakantie op Texel stond ik te wachten bij de boot.  Ik zie een wat verfomfaaide, in zandkleurige regenjas gehulde dame die naar mijn volle overtuiging ooit een grand dame geweest moet zijn. Ze liep naast haar met een bloemenslinger getooide fiets die een zware rode koffer torste. Ik heb een lang en goed gesprek met haar gehad. Na een uur hebben we afscheid genomen en ik had er een tante bij. Zoals ik haar voor het eerst zag, zag Texel haar nobele gaste de laatste tien jaar het eiland opkomen. Wat tante verder op het eiland deed, weet ik alleen en blijft een geheim tussen haar en mij. Voor de bewoners van Texel kwam zij begin juni en vertrok eind augustus. Dit jaar hebben de fiets , de koffer en de rieten mand Texel dus niet op tijd gehaald. Waar is tante Annie, wie heeft haar koffer in de goot gegooid, wie heeft haar fiets in de Gelkingestraat omver gegooid, en wat deed haar rieten mand in de buurt van de tassenwinkel aan het begin van de Heerenstraat in Groningen? Ik zie tante Annie vast volgende week wel weer lopen in de buurt van het ziekenhuis. Ik zal haar vragen of ze de rode koffer heeft verloren of misschien is die wel gestolen. Als ik haar zie, zal ik het u vertellen.

vrijdag 1 juni 2012

Roofvogels


Al jarenlang valt de schijnbaar groeiende hoeveelheid roofvogels langs de autowegen mij op.  Ik zie ze, maar kan ze nooit herkennen. Ik weet niet hoe dat bij u is maar ik raak hoe langer hoe meer gefascineerd door deze vogels. Wordt het klimaat beter voor ze? Is er meer voedsel? Of zijn er andere redenen om in aantal toe te nemen? Wellicht is een van de oorzaken het verminderd gebruik van gif in de land en tuinbouw. Wie het weet mag het mij vertellen. Omdat ik de vogels niet kan herkennen en elke roofvogel voor mij heel goed een blauwe kiekendief, een torenvalk of een buizerd kan zijn, roep ik altijd maar tegen de kinderen en Esther: ‘Kijk, een roofvogel. Wat is ie mooi, hè!’ Mijn lief heeft genoeg van het woord roofvogel. En u weet inmiddels dat wanneer zij ergens genoeg van heeft, er ook meteen maatregelen genomen worden. Nu had ze twee mogelijkheden:  A. geef Rob een cursus vogelen, mogelijk te volgen via de vogelbescherming Nederland, of B.  koop een boek over roofvogels met duidelijke afbeeldingen van de vogels en de juiste namen erbij. Kiest ze voor optie A, dan ben ik sowieso drie dagen uit huis en hangt daar een prijskaartje aan van in ieder geval voor eten en drinken 25-30 euro per dag. Kiest ze voor optie B (koop een boek in de witte boekhandel), dan is het voor € 8,00 klaar, maar dan moet ik wel zelf studeren. Ik ben op zijn minst net zo blij met een boek over roofvogels als dat zij dat is met haar boek over bloemen en planten. Niet dat zij een boek over bloemen en planten nodig heeft. Zij weet een lithidora (de meeste mensen noemen dat een blue heaven) te onderscheiden van elke andere plant met kleine blauwe bloemen. Iets wat je van mij ook niet kan zeggen. Maar goed, ik kreeg vanmiddag in de bus op weg naar huis het boek over roofvogels. Ik heb de indruk dat ik over drie weken overhoord ga worden. Goed studeren, want als ik het verschil tussen een bosuil en een ransuil niet meteen kan oplepelen, loop ik het risico dat er volgende maand een boek over de 100 meest beroemde formule 1 coureurs op de boekenplank staat… ook niet vervelend hoor.