dinsdag 21 augustus 2012

In de bus 3



Soms heb ik dat. Dan zit ik in de bus en kijk om me heen. Ik zie telkens een vaste groep mensen in de bus. En als ik zeg ik, bedoel ik op negen van de tien dagen natuurlijk wij. Wij, Esther en ik, reizen al jaren samen. We praten soms thuis of in de auto over de flarden van gesprekken die wij soms gewild maar meestal ongewild opvangen. Het is ook niet te voorkomen dat we soms bijzondere mensen in de bus ontwaren. Zo zijn er bijvoorbeeld twee mensen die elke dag samen in een auto aankomen maar volgens mij geen stel zijn, als ze dat wel zijn weten ze dat goed te verbergen. Een stukje gesprek: Hij “Als ik een film van Martin Scorsese zie, dan is die afgelopen voordat ik het in de gaten heb. Ik verdrink in het verhaal. Hij heeft de gave om iemand mee te nemen in het verhaal zodat je alle tijd vergeet. Ik heb alle films van deze regisseur op mijn computer staan.” Zij: “Is dat een Italiaan? Ik ben bang van Italianen, ze dringen zich zo aan je op.” Hij: “Nee, dat is een Amerikaan, een acteur. Als je wilt kan je wel een film van hem zien hoor. Ze staan allemaal op mijn computer.”

Op een dag maken wij kennis met meneer Albert. Albert heeft een heel herkenbare tas. Hij loopt een beetje alsof zijn bovenlichaam sneller is dan zijn benen. Net alsof hij met zijn benen het bovenlichaam moet inhalen. Hij stapt in bij het station en stapt uit bij de Grote Markt, waar Esther ook altijd uit de bus moet. De man zou nooit zijn opgevallen als hij niet een hele speciale trek had. Elke dag als de bus de halte vlak voor die van de Grote Markt passeert merken wij dat zodra de chauffeur de halte voorbij is en meneer  Albert met een verbeten vastberaden uitdrukking op zijn gezicht op de stopknop drukt. Ik ben erop gaan letten omdat ik merkte dat het lampje wel heel snel na de halte brandt. Tegenwoordig tel ik geheel in stilte af. Ik kan niet eerder op de stopknop drukken, ook al zou ik dat willen. Albert wint en dat is goed.
De laatste opvallende persoon is een man van middelbare leeftijd die het dagelijks voor elkaar krijgt zijn auto binnen een straal van 10 meter van de bushalte te parkeren. Zelfs als er in mijn beleving geen plaats is binnen die straal. Parkeren naast de vakken is meer gewoonte dan uitzondering voor Bak Yoghurt. Zo noemen wij hem, omdat toen wij een keer vroeg waren en het regende, de man in zijn auto zat te eten uit een bakje yoghurt. Maar Bak Yoghurt heeft zijn auto nog dagelijks dichter bij de bus staan dan wij. En dat vind ik niet leuk. Ik ben jaloers op Bak Yoghurt. Bah, ik wil niet jaloers zijn, maar ik ben te netjes om mijn auto buiten de vakken te parkeren als er nog voldoende plaats is. Maar ach… zo gaan de dingen nu eenmaal
Tot Later

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen